Auteur(s): Gert-Jan Verheij Organisatie(s): Rijksuniversiteit Groningen, Eccoo

Steeds meer opleidingen laten studenten in een gesimuleerd bedrijfje opdrachten uitvoeren. ICT kan daarbij een nuttig hulpmiddel zijn.

Doel

Verschillende expertisegroepen die afhankelijk zijn van elkaars producten met elkaar laten samenwerken en dat ondersteunen met een DLO. Studenten passen sociale- en projectmanagementvaardigheden toe in een bedrijfscontext.

Wanneer te gebruiken

Wanneer je meerdere (multidisciplinaire) groepen binnen je opleiding (zoals studenten uit verschillende leerjaren) of zelfs buiten de opleiding (bijvoorbeeld software engineers met grafisch ontwerpers, geneeskunde met werktuigbouwkunde) met elkaar wilt laten samenwerken aan een product, wilt profiteren van de expertise in die verschillende groepen en de verschillende groepen op een eigen niveau wilt beoordelen.

Aandachtspunten bij de voorbereiding

  • Bedenk een goede opdrachtstructuur. In de opdracht moeten duidelijke faseringen zijn onderscheiden en moeten de verschillende expertises of rollen een evenredige taak kunnen krijgen. Onderdeel van de opdracht zal in de meeste gevallen zijn:
    • Maak een contract.
    • Maak een plan van aanpak en verdeel de taken.
    • Stem het plan van aanpak af met opdrachtgevers.
    • Maak een communicatieplan voor onderling overleg en voor overleg met de begeleiders.
    • De criteria voor de beoordeling van het eindproduct.
  • Verwerf de uiteindelijke opdrachten bij bedrijven en organisaties.
  • Er moeten verschillende groepen worden gemaakt. Het is mogelijk deze zelf in te delen (zoals het voorbeeld van informatica) of de studenten zelf te laten kiezen op de opdrachten. De groepsgrootte is afhankelijk van het aantal rollen en de benodigde en beschikbare tijd. Bovendien moeten de verschillende expertises en/of rollen aanwezig zijn in de groep.
  • Bij dit soort grote groepsopdrachten is het van belang de begeleiding van tevoren goed te doordenken. Een optie is om studenten te laten tijdschrijven (en elkaar daarop laten controleren) en een centrale begeleider (bijvoorbeeld een studentassistent) deze tijdsinvestering in de gaten te laten houden. Deze begeleider kan bijvoorbeeld zien of er onevenwichtigheden zitten in de tijdsbesteding van de verschillende deelnemers. In dat geval is een gesprek met deze student nodig. Vaak is er dan een probleem of er wordt ‘meegelift’ met de andere deelnemers.
  • Biedt duidelijke procedures hoe gewerkt moet worden en wie waarvoor verantwoordelijk is. Formuleer verschillende rollen (projectleider, documentbeheer, inhoudelijke experts).
  • Zet de foto’s van de deelnemende studenten in de DLO zodat studenten kunnen zien met wie ze communiceren. De communicatie wordt verbeterd wanneer studenten ook de gelegenheid hebben gehad kennis met elkaar te maken.
  • Maak groepen in de DLO. Voor ieder project ontstaat dan een ‘virtuele’ projectruimte met een discussieboard, file-exchange, chat en e-maillijsten.

Aandachtspunten bij de uitvoering

  • Richt de begeleiding met name op de projectleiders van de groepen. Zij sturen immers de gehele groep aan.
  • Laat verslagen van (wekelijkse) groepbesprekingen van studenten in de virtuele werkruimte plaatsen. De docent
    of studentassistent kan dan meelezen wat er gebeurt in de groepen.
  • De teamleden geven hun werktijden door aan de projectleider. Deze verwerkt dat in het tijdschrijfformulier (zie bijlage) en plaatst het in de virtuele werkruimte.
  • Tijdens korte, intensieve projecten is het mogelijk dagelijks een spreekuur te houden als docent, bijvoorbeeld via chat of telefoon.

Randvoorwaarden

Geef de studenten een laptop in bruikleen, met name om de verslagen te kunnen maken en plaatsen in de virtuele werkruimte.

Achtergrondinformatie

Voorbeeld van meerdere groepen binnen één opleiding is de opleiding informatica van de Rijksuniversiteit Groningen. Drie vakken vanuit drie verschillende leerjaren werken daarbinnen samen: Programmeren 3 (tweedejaars vak 3 studiepunten), Software engineering (derdejaars vak 8 studiepunten) en Software architectuur (vierdejaarsvak een studiepunt). De derdejaarsgroep is een studentbedrijf van 8 personen en besteedt een deel van het programeer werk uit aan de tweedejaarsgroep (8 personen). De vierdejaarsgroep wordt door de derdejaars ‘ingehuurd’ om hen te adviseren bij de architectuur van de te maken software. Een voorbeeld van een opdracht is het ontwerpen en het maken van een prototype van een videoportal voor de Rijksuniversiteit Groningen. Rollen binnen deze groep waren: projectleider, software-architect en software engineer.

Voorbeeld van multidisciplinaire groepen (van verschillende opleidingen binnen één universiteit) van de Universiteit Twente. Dit vak heet de Multi Disciplinaire Ontwerp Opdracht (MDOO, 6 studiepunten), studenten van alle opleidingen kunnen hieraan mee doen binnen de vrij te kiezen studiepunten. De meeste groepen bestaan uit 7 tot 9 studenten. Een voorbeeld van een opdracht is het ontwerpen van een transfersysteem om mensen met een handicap te ondersteunen met opstaan. De opdrachtgever is het revalidatie centrum Roessingh te Enschede. Aan deze opdracht hebben negen studenten gewerkt van de studies toegepaste wiskunde, electrotechniek en technische natuurkunde.

Geplaatst op 26-07-2002 in Online samenwerken door admin

Reageren is niet mogelijk.